Vrijdag 13-08-2010: dag 3 Brastagi – Tobameer
Toledo Inn Hotel,
Op de markt in Brastagi verkopen Karo Batak vrouwen het heerlijkste fruit. Dan naar de Sipisopiso watervallen en het oude Batak-dorpje Pematang Purba. Via de hoogvlakte naar Prapat, aan de oever van het Tobameer en per boot bezoek aan de dorpjes Tomok en Ambarita, waar de lokale bevolking nog leeft volgens eeuwenoude tradities. Vervolgens varen we verder naar het eilandje Samosir, waar we twee nachten verblijven.
Op de markt wordt inderdaad veel groente en fruit verkocht, De gids(Salim) heeft zo'n zijn vaste relaties. We proeven wat fruit, en kopen ook wat, mandarijnen en nog iets.Later inde bus onderweg naar het Toba meer en de waterval, vertelt de gids een hoop over de plaatselijke zeden en sociale gewoonten (adat) van de Batak. Daar zijn 6 verschillende stammen van en per regiozijn er ook weer een hoop verschillen. Een ding is duidelijk, de mannen zitten het meest in cafeetjes en de vrouwen doen het huis, het eten, dekinderen en werken op het land.. De weg is erg hobbelig en vol kuilen waar een hoop water in staat van gisteren. Ook nu onderweg weer regen, de temperatuuris wel oke, in de bus is het soms te koud. Bij het uitzichtpunt fantastisch uitzicht over het meer en op de 120 meter hoge waterval.
Bijj een cafeetje koffie gedronken, nou ja, koffie, het is zooooo sterk dat het ons niet is gelukt om het op te drinken. Ook hier een hurktoilet, dat geeft heel leuke commentaren van een aantal jonge meiden in het gezelschap, maar het zal wel wennen voor ze.
Verder onderweg naar de tradionele longhouses van de Batak. We komen door verschillende dorpjes. Alle huisjes lijken winkeltjes te hebben of een cafeetje aan huis. Ze lijken allemaal hetzelfde te verkopen. Ook kan je eten kopen: Babi Pangang : B1 = hond (!) en B2 = varken, B3 = kip (en B5 = mens :). Ja, je bent in voorheen koppensnellers gebied, dat zal je weten. De B1 komt verrassend relematig voor op de borden hier. De armoede langs de weg en de viezigheid en rotzooi als je de zijstraten inkijkt is enorm. Dat je zo kan leven, wat zijn wij dan verwend in het westen. De mensen zien ons ook allemaal als vreselijk rijk, bij de winkels proberen zeje allemaal aan te klampen om iets te verkopen. Dat voelt erg opdringerig.
Laat geluncht In Parapat met zicht op het meer. Het meer is eigenlijk een kratermeer van 80 bij 30 km met een eiland (Samosir) in het midden. Lunch staat gelijk aan een indische rijsttafel bj ons, ruime keuze en je kan er altijd extra sambal bijgooien.
Na de lunch met de boot naar TukTuk, waar we naar het graf zijn geweest van de beroemde koning Sitabudur. Salim heeft er hele verhalen bij over de geschiedenis en de verbonden tradities.
Daarna naar een koppensneller dorp, als vijand kwam je daar niet heelhuids vandaan. Een jongen uit het dorp mocht slachtoffer spelen. Met de boot naar het hotel, het is al donker als we er om aannkomen. Er zijn wel dingen waar je om moet denken: warm water enkel tussen5=8 ochtend en avond.Water drinken kan niet uit de kraan, het moet eerst 10 min. worden gekookt. Voor alles neem je water uit een fles, ook om je tanden te poetsen. Avondeten: rijsttafel, maar niet zo pittig.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten